Toen we een jaar geleden de percelen in gebruik namen, waren het akkers zonder bomen of struiken, met uitzondering van de hoogstam boomgaard. Om meer luwte te bieden voor onze groenten en schuilplekken voor allerlei beestjes, hebben we 8.000 boompjes en struiken aangeplant. Dat hebben we gedaan op een manier die goed past bij het Zuid-Bevelandse heggenlandschap.
We hebben twee soorten hagen aangeplant: de typisch Zeeuwse haag (met meidoorn, sleedoorn, esdoorn, vlier, etc.) en windsingels met een mix van “gewone” bomen, zoals de es, els, wilg, steeliep, winterlinde, etc. De windsingels gebruiken we als ze volgroeid zijn ook als bron voor voer voor het vee en voedende “mulch” voor de bodem. Daarnaast hebben we 12 rijen fruitbomen geplant met verschillende soorten appels, peren en pruimen die in verschillende periodes in het jaar geoogst worden. Daarnaast hebben we nog verschillende soorten walnoot en (eetbare) hazelnoten geplant op het perceel dat we de “notenakker” zijn gaan noemen. Daar vind je naast de notenlanen onze grootste voedselbosstrook.









